ECLI:NL:CRVB:2018:4077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft op 23 mei 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende haar op 1 september 2016 een toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de toeslag van €50,- onvoldoende gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat het hanteren van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist.
De Raad concludeerde dat de Verordening voldoende gemotiveerd is en dat de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen de terughoudende toetsing kan doorstaan. De gronden van appellante zijn in wezen gelijk aan eerdere beroepsgronden die reeds gemotiveerd zijn behandeld. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.