ECLI:NL:CRVB:2018:4080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep individuele inkomenstoeslag gemeente Rotterdam
Appellante vroeg een individuele inkomenstoeslag aan bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na een aanvankelijke afwijzing kende het college de toeslag alsnog toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de hoogte van de toeslag van €50,- niet gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat voor alle leefvormen dezelfde toeslag geldt, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd, noch differentiatie naar leefvorm. De Verordening is voldoende gemotiveerd en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan de terughoudende toetsing doorstaan.
De Raad zag geen aanleiding om anders te oordelen dan in eerdere vergelijkbare zaken en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.