ECLI:NL:CRVB:2018:4082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben een individuele inkomenstoeslag aangevraagd die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd toegekend op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelden appellanten dat de hoogte van de toeslag van €50,- niet adequaat is gemotiveerd in relatie tot het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat gehuwden met kinderen dezelfde toeslag ontvangen als alleenstaanden, waardoor er sprake zou zijn van een onevenredige behandeling.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en dat differentiatie naar leefvorm niet is voorgeschreven. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan een terughoudende toetsing doorstaan.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in de eerdere zaken en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.