ECLI:NL:CRVB:2018:4083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellant diende op 13 mei 2016 een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende deze toeslag toe bij besluit van 1 september 2016, gehandhaafd na bezwaar op 16 november 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de toeslag bedoeld is om armoede te bestrijden en dat de Verordening geen motivering bevatte over de hoogte van €50,- in relatie tot het armoedebeleid. Tevens betoogde appellant dat het hanteren van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm voorschrijft. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan een terughoudende toetsing doorstaan. De Raad ziet geen reden om anders te oordelen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een uniforme individuele inkomenstoeslag van €50,- zonder differentiatie naar leefvorm.