ECLI:NL:CRVB:2018:4084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante diende op 17 maart 2017 een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college kende haar een toeslag toe van €50,-, gebaseerd op de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. Appellante stelde dat de toeslag niet was gemotiveerd in relatie tot het armoedebeleid en dat het uniform toepassen van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig was.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin was geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm voorschrijft. De Raad oordeelde dat de Verordening voldoende gemotiveerd is en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen de terughoudende toetsing kan doorstaan.
De Raad concludeerde dat de beroepsgronden van appellante overeenkomen met eerdere zaken waarin reeds gemotiveerd is geoordeeld. Er was geen aanleiding om anders te beslissen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van een uniforme individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm.