ECLI:NL:CRVB:2018:4086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is toegekend op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat de hoogte van de toeslag van €50 niet gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat er geen differentiatie is naar leefvorm, waardoor bijvoorbeeld gehuwden met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm voorschrijft. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag is terughoudend getoetst en geaccepteerd.
De gronden van appellante komen overeen met eerdere beroepsgronden die reeds gemotiveerd zijn behandeld en verworpen. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.