ECLI:NL:CRVB:2018:4087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben op 7 april 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende deze toeslag toe op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de hoogte van de toeslag van €50,- niet gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat het hanteren van één toeslag voor alle leefvormen onevenredig is, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte hebben dan alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en voldoet aan de terughoudende toetsing van algemeen verbindende voorschriften.
De Raad ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan in eerdere vergelijkbare zaken en bevestigt daarom de aangevallen uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.