ECLI:NL:CRVB:2018:409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij bijstandsintrekking
Appellante ontving bijstand vanaf 13 juli 2010, laatstelijk op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort stelde bij besluit van 23 april 2015 de bijstand vast en vorderde kosten terug over een eerdere periode. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure bleek dat het college de bijstand over de te beoordelen periode op een andere grondslag had ingetrokken bij besluiten van oktober 2015 en november 2015, die onherroepelijk zijn geworden doordat de rechtbank de beroepen tegen deze besluiten niet-ontvankelijk of ongegrond verklaarde en appellante geen verzet of hoger beroep instelde.
De Raad stelde vast dat appellante daardoor geen procesbelang meer had bij de beoordeling van haar hoger beroep tegen de eerdere uitspraak. Appellante reageerde niet op de uitnodiging om hierop te reageren en verscheen niet bij de zitting. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees proceskosten toe aan appellante toe.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter A. Stehouwer en leden J.L. Boxum en C.J. Borman, in aanwezigheid van griffier A.M. Pasmans, op 13 februari 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.