ECLI:NL:CRVB:2018:4090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft op 4 juni 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende haar een toeslag toe van €50, gebaseerd op de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. Appellante maakte bezwaar tegen de hoogte en de uniforme toeslag voor alle leefvormen, stellende dat dit onevenredig is en onvoldoende gemotiveerd in relatie tot het armoedebeleid.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat noch de Participatiewet noch de Wet werk en bijstand een minimum- of maximumhoogte van de toeslag voorschrijven, noch differentiatie naar leefvorm vereisen.
De Raad oordeelt dat de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen binnen de terughoudende toetsing van het algemeen verbindende voorschrift valt en dat de motivering van de hoogte van de toeslag in de Verordening voldoende is. De gronden van appellante komen overeen met eerdere beroepsgronden die reeds gemotiveerd zijn afgewezen. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.