ECLI:NL:CRVB:2018:4098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam is toegekend op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelt appellante dat de hoogte van de toeslag van €50 niet gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat gehuwden met kinderen dezelfde toeslag ontvangen als alleenstaanden.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist. De Verordening is gemotiveerd vastgesteld en de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen kan de terughoudende toetsing doorstaan.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.