ECLI:NL:CRVB:2018:4108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben op 8 april 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, die aanvankelijk werd afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Na bezwaar kende het college alsnog een toeslag toe volgens de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de toeslag van €50,- onvoldoende gemotiveerd was en dat het onredelijk was om één toeslag voor alle leefvormen vast te stellen, omdat bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben dan alleenstaanden. De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat de wetgever geen minimum- of maximumhoogte voor de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm vereist.
De Raad concludeerde dat de Verordening passend is binnen het armoedebeleid van Rotterdam en dat de keuze voor één toeslag voor alle leefvormen de toetsing kan doorstaan. De aangevoerde gronden in hoger beroep kwamen overeen met eerdere zaken waarin de Raad reeds een gemotiveerd oordeel had gegeven. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van één individuele inkomenstoeslag voor alle leefvormen zonder differentiatie.