ECLI:NL:CRVB:2018:4110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit individuele inkomenstoeslag zonder differentiatie naar leefvorm
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag die aanvankelijk werd afgewezen, maar na bezwaar alsnog werd toegekend op basis van de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Rotterdam 2016. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de hoogte van de toeslag niet gemotiveerd is in relatie tot het armoedebeleid en dat het onredelijk is dat er geen differentiatie is naar leefvorm, waardoor bijvoorbeeld gezinnen met kinderen minder bestedingsruimte zouden hebben.
De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de wetgever geen minimum of maximumhoogte van de toeslag heeft beoogd en geen differentiatie naar leefvorm verplicht is. Ook is de hoogte van de toeslag gemotiveerd in relatie tot het armoedebeleid van Rotterdam. De Raad ziet geen reden om van deze lijn af te wijken en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van één individuele inkomenstoeslag voor alle leefvormen en wijst het hoger beroep af.