ECLI:NL:CRVB:2018:4113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering individuele inkomenstoeslag wegens onvoldoende langdurig laag inkomen
Appellante heeft op 10 april 2016 een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag bij besluit van 24 augustus 2016 af, omdat appellante niet gedurende de gehele referteperiode van vijf jaar voorafgaand aan 1 januari 2016 een laag inkomen had. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de referteperiode van vijf jaar te lang is en daardoor een grote groep bijstandsgerechtigden wordt uitgesloten van de toeslag. De Centrale Raad van Beroep verwijst echter naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat de referteperiode niet onrechtmatig is, ondanks dat deze tot uitsluiting kan leiden.
De Raad concludeert dat de beroepsgronden van appellante overeenkomen met eerdere zaken en ziet geen aanleiding om anders te oordelen. Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de individuele inkomenstoeslag wegens onvoldoende langdurig laag inkomen.