ECLI:NL:CRVB:2018:412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eerste maand huur en inrichtingskosten bij voorzienbare verhuizing
Appellante, die bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet, verzocht bijzondere bijstand voor de eerste maand huur en waarborgsom van haar nieuwe woning na verhuizing. Het college wees dit verzoek af omdat deze kosten als incidenteel voorkomende algemene kosten worden beschouwd die uit het inkomen op bijstandsniveau voldaan dienen te worden, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij financieel noodgedwongen was te verhuizen en dat de verhuizing haar een maandelijkse huurbesparing opleverde. De Raad oordeelde echter dat de verhuizing voorzienbaar was, aangezien de hogere huurprijs van de oude woning reeds bij het aangaan van de huurovereenkomst bekend was, en appellante had moeten reserveren voor de verhuiskosten.
Verder werd het ontbreken van reserveringsruimte door schulden niet als bijzondere omstandigheid erkend. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor eerste maand huur en waarborgsom wordt bevestigd wegens voorzienbare verhuizing zonder bijzondere omstandigheden.