ECLI:NL:CRVB:2018:4121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-melding onroerend goed in Turkije
Appellant ontving bijstand van juni 2013 tot oktober 2015. Naar aanleiding van een tip over zwarte werkzaamheden startte de gemeente Epe een onderzoek, waarbij bleek dat appellant onroerend goed in Turkije bezat. Ondanks uitnodigingen verscheen appellant niet voor gesprekken. Het college trok de bijstand in en vorderde terugbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en dat hij niet eigenaar was van het onroerend goed. De Raad oordeelde dat Nederlands recht geen vereiste stelt dat bewijs volgens Turks recht rechtmatig moet zijn verkregen en dat het gebruik van de gegevens niet onaanvaardbaar was.
Verder oordeelde de Raad dat registratie van onroerend goed bij de Turkse OZB een sterke vermoeden van eigendom geeft. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij geen eigenaar was, ondanks verklaringen van de kadasterdirecteur. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en het niet kunnen vaststellen van het recht op bijstand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens niet-melding van onroerend goed en schending van de inlichtingenplicht.