ECLI:NL:CRVB:2018:4133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beoordeling arbeidsongeschiktheid bij psychische problematiek
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, viel in 2008 uit wegens psychische klachten en kreeg een loongerelateerde uitkering op grond van de WIA met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2014 werd deze vastgesteld op circa 40%. Het bezwaar van appellante tegen deze herbeoordeling werd door het UWV ongegrond verklaard en door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep voert appellante aan dat haar psychische klachten haar werkvermogen volledig beperken en dat het UWV haar behandelend specialist niet heeft geraadpleegd. Zij overlegt een verklaring van een psychiater en biedt zich aan voor een onafhankelijke keuring.
De Raad stelt vast dat de beoordeling van de verzekeringsartsen zorgvuldig is gedaan op basis van dossierstudie, anamnese, psychisch onderzoek en een expertise door een onafhankelijke psychiater. Deze concludeerde een matig ernstige, chronische depressie met onvoldoende intensieve behandeling en te lage medicatie, maar geen aanleiding tot aanpassing van de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst.
Appellante heeft geen medische gegevens overgelegd die de juistheid van deze beperkingen in twijfel trekken. De Raad ziet daarom geen reden voor een onafhankelijke deskundige en bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de passendheid van de geduide functies juist zijn. Het hoger beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op circa 40% blijft gehandhaafd.