ECLI:NL:CRVB:2018:4139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor niet-medisch noodzakelijke tandartskosten
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandartskosten, maar het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees dit af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) als een passende en toereikende voorziening geldt die aan de Participatiewet (PW) voorafgaat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat de door appellant gewenste tandheelkundige behandeling niet medisch noodzakelijk is. Volgens vaste rechtspraak is de Zvw in beginsel de voorliggende voorziening voor tandartskosten. Artikel 15 van Pro de PW verhindert daarom de verlening van bijzondere bijstand voor niet-noodzakelijke zorg.
Verder is niet voldaan aan de voorwaarde van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de PW, die alleen bij acute noodsituaties van toepassing zijn. De wens van appellant om de behandeling te ondergaan is begrijpelijk, maar vormt geen acute noodzaak. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.