ECLI:NL:CRVB:2018:3415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor tandartskosten en medicijnkosten wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor tandartskosten en medicijnkosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn afgewezen. Het bezwaar tegen deze besluiten werd eveneens ongegrond verklaard, met als reden dat de Zorgverzekeringswet (Zvw) als een passende en toereikende voorliggende voorziening geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In het hoger beroep betoogde appellante dat er geen passende voorliggende voorziening is en dat er zeer dringende redenen zijn voor bijzondere bijstand. De Raad oordeelde dat de Zvw in beginsel als passende voorziening geldt, ook als de kosten niet volledig worden vergoed. De omstandigheden van appellante, waaronder het niet kunnen overstappen naar een andere zorgverzekeraar vanwege schulden, rechtvaardigen geen uitzondering.
Verder is volgens vaste rechtspraak alleen sprake van zeer dringende redenen bij acute noodsituaties met levensbedreiging of blijvend ernstig letsel, wat hier niet het geval is. De beslaglegging op de zorgtoeslag verandert hier niets aan. Het hoger beroep is daarom ongegrond en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.