Uitspraak
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
27 september 2015 (periode in geding) en tot de vraag of appellante in die periode met [X] een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd. Vaststaat dat appellante en [X] samen kinderen hebben. Ook staat vast dat [X] in die periode op haar adres was ingeschreven in de basisregistratie personen en hoofdzakelijk daar verbleef. Niet meer in geschil is dat appellante de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden door na te laten het college onverwijld uit eigen beweging te melden dat [X] in de periode in geding op haar adres verbleef.