Uitspraak
17.491 WIA, 18/1670 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
hoger beroep tegen de uitspraak van 23 februari 2018 betaalde griffierecht van in totaal
€ 172,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als medewerker objectbeheer en bestandscontrole, meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde aanvankelijk geen recht op een WIA-uitkering vast, maar na bezwaar werd appellante een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 70%. Later meldde appellante verslechtering van haar klachten, maar het UWV besloot de uitkering niet te wijzigen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen beide besluiten ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat en dat de combinatie van klachten onvoldoende was meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat het UWV de combinatie van fysieke en psychische klachten adequaat had betrokken in de functionele mogelijkhedenlijst. De geselecteerde functies overschrijden niet de belastbaarheid van appellante. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen en de verzoeken om schadevergoeding werden eveneens afgewezen. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de loongerelateerde WGA-uitkering en wijst de verzoeken om schadevergoeding af.