ECLI:NL:CRVB:2018:4203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden gokactiviteiten en inkomsten
Appellant ontvangt sinds 3 april 2011 naast zijn loon aanvullend bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft bij besluiten in 2016 en 2017 de bijstand over bepaalde periodes ingetrokken en een bedrag van in totaal €5.235,22 teruggevorderd, omdat appellant zijn gokactiviteiten en de daaruit voortvloeiende inkomsten niet heeft gemeld.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond verklaard. In hoger beroep voert appellant aan dat het gokken een consumptieve bezigheid was zonder winst. Dit verweer wordt door de Centrale Raad van Beroep verworpen, omdat het melden van gokactiviteiten verplicht is vanwege de mogelijke inkomsten die daarmee worden verkregen.
De Raad oordeelt dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld omdat appellant geen administratie heeft bijgehouden en de geldstromen contant verliepen. Hierdoor kon niet worden aangetoond dat hij recht op bijstand had indien hij de inkomsten wel had gemeld. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.