ECLI:NL:CRVB:2018:4212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WIA-uitkering met arbeidsongeschiktheid van 47,53%
Appellante was werkzaam als medewerker bibliotheek en medewerker intern transport, maar viel uit wegens lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een arbeidsongeschiktheid van 77,11% vast, later herzien naar 47,53%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze herziening ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten medisch geobjectiveerd zijn en dat zij niet in staat is de voorbeeldfuncties te verrichten. Het UWV handhaafde haar standpunt dat de beperkingen juist zijn vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief orthopedische expertise en rapportages van verzekeringsartsen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante in staat is de geduide functies te verrichten en dat de mate van arbeidsongeschiktheid correct is vastgesteld. Het verzoek tot vergoeding van schade wegens wettelijke rente werd afgewezen. De aangevallen uitspraken werden bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WIA-uitkering op 47,53% arbeidsongeschiktheid en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.