ECLI:NL:CRVB:2018:4214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, werkzaam geweest als verkoopster, viel in 2008 uit wegens psychische klachten. Na diverse ziekteperiodes en onderzoeken kende het UWV haar in 2015 een WIA-uitkering toe met ingang van 24 januari 2013. Later werd vastgesteld dat er benutbare mogelijkheden waren en dat er geen sprake meer was van loonverlies, waarna het UWV haar uitkering per 29 juni 2015 beëindigde.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beëindiging, dat ongegrond werd verklaard door het UWV en de rechtbank. In hoger beroep stelde zij dat zij verdergaand beperkt is en niet zelfstandig kan functioneren, en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat een psychiatrische expertise niet daadwerkelijk was uitgevoerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep de psychische klachten adequaat heeft meegewogen. De medische situatie was in 2015 stabieler dan eerder, en er waren benutbare mogelijkheden vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De Raad bevestigt dat er geen noodzaak was voor een nieuwe psychiatrische expertise en dat de geselecteerde voorbeeldfuncties medisch geschikt zijn. Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek.