Uitspraak
16.5965 WAO
9 augustus 2016, 16/1071 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Centrale Raad van Beroep
Appellante werkte van 1965 tot 1972 fulltime en meldde zich in 1989 ziek. In 1991 werd zij op grond van de AAW arbeidsongeschikt verklaard. In 1995 besloot het UWV dat haar volledige arbeidsongeschiktheid vóór 1967 buiten aanmerking bleef bij de WAO-uitkering. Dit besluit werd onherroepelijk in 1997.
In 2015 vroeg appellante waarom zij geen volledige WAO-uitkering ontving, stellende dat haar eerdere fulltime dienstverband recht daarop gaf. Het UWV kwalificeerde dit als een verzoek tot herziening van het besluit van 1995 en wees dit af wegens het ontbreken van nieuwe feiten. De rechtbank bevestigde dit in 2016.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en vroeg zij vergoeding van schade. De Raad oordeelde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen. Ook voor toekomstige aanspraken was het verzoek onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het WAO-besluit uit 1995 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.