Uitspraak
17.4986 WW
OVERWEGINGEN
€ 930,68. De bruto WW-uitkering bedraagt de eerste twee maanden 75% van het maandloon. Per 16 januari 2016 wordt de uitkering 70% van het maandloon.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving een WW-uitkering waarbij het dagloon aanvankelijk op €42,79 was vastgesteld. Later werd dit ingetrokken en vastgesteld op €48,01, met een bruto maandloon van €1.044,22. Betrokkene ontving een betaalspecificatie over januari 2016 met een bedrag van €709,89 bruto, terwijl zij meende recht te hebben op circa €780.
Betrokkene maakte bezwaar, dat door appellant niet-ontvankelijk werd verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaar tijdig was ingediend tegen de betaalspecificatie en vernietigde het bestreden besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat de betaalspecificatie geen besluit was, omdat het bedrag overeenkwam met het eerdere besluit van 25 januari 2016. De Raad oordeelde dat de specificatie wel een besluit is voor zover het de indexering betreft, maar betrokkene richtte haar bezwaar niet tegen de indexering. Daarom is het bezwaar ongegrond.
De Raad vernietigt het eerdere vonnis voor zover het appellant opdroeg een nieuwe beslissing te nemen en verklaart het bezwaar ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling, en appellant wordt griffierecht opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de betaalspecificatie wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis vernietigd voor zover het appellant opdraagt een nieuwe beslissing te nemen.