ECLI:NL:CRVB:2018:4232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering per 15 september 2015 door UWV
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland waarin werd geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering per 15 september 2015.
De rechtbank had uitgebreid de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV beoordeeld, met name de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 3 augustus 2015. Tevens werd het rapport van verzekeringsarts L. ten Hove uit november 2016 en haar toelichting in mei 2017 betrokken, waarin geen aanleiding werd gezien voor verdere beperkingen dan in de FML waren opgenomen.
Appellante heeft in hoger beroep niet kunnen aantonen dat het UWV haar situatie te rooskleurig had ingeschat, noch kon zij ter zitting haar standpunten onderbouwen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dan ook volledig het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat er geen recht op een WIA-uitkering is ontstaan.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 5 december 2018 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering per 15 september 2015.