ECLI:NL:CRVB:2018:4265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeschiktheid voor maatstaf arbeid bij rugklachten en psychische klachten
Appellante was werkzaam als operationeel assistente en meldde zich ziek met rugklachten op 22 juni 2015. Het UWV stelde dat zij per 27 augustus 2015 geschikt was voor haar maatstaf arbeid, bestaande uit lichte en rugsparende werkzaamheden. Het bezwaar van appellante tegen het besluit tot beëindiging van haar ziekengeld werd door de rechtbank ongegrond verklaard.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door lichamelijke en psychische klachten niet in staat was de maatgevende arbeid te verrichten. Zij bracht een rapport in van een medisch adviseur die een ernstiger ziektebeeld stelde. Het UWV handhaafde haar standpunt met een aanvullend rapport waarin werd gewezen op een MRI zonder hernia en het lichte karakter van de maatstaf arbeid.
De Raad overwoog dat de klachten van appellante niet objectief waren vastgesteld en dat het werk passend was. Het rapport van de medisch adviseur bracht geen ander oordeel. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante geschikt was voor de maatstaf arbeid.