ECLI:NL:CRVB:2018:4268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid op juiste medische gronden
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 15 juni 2015 na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts die haar geschikt achtte voor haar laatst verrichte arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat nieuwe medische stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet in staat was haar werkzaamheden te verrichten vanwege een ernstige depressieve stoornis, ondersteund door een brief van haar psychiater.
De Raad overwoog dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatst verrichte arbeid en bevestigde dat het UWV de situatie op de juiste en zorgvuldige wijze had beoordeeld. Hoewel de psychische toestand van appellante later verslechterde, was op de datum in geding haar geschiktheid voor arbeid terecht vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht beëindigd wegens geschiktheid voor haar maatgevende arbeid op de datum in geding.