ECLI:NL:CRVB:2018:4276

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 december 2018
Publicatiedatum
3 januari 2019
Zaaknummer
18/2810 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening WIA-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 24 oktober 2017 betreffende een WIA-uitkering. Deze eerdere uitspraak verklaarde het hoger beroep van verzoeker niet-ontvankelijk omdat het hogerberoepschrift niet tijdig was ingediend.

De Raad overwoog dat herziening alleen mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij de indiener, en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Verzoeker bracht geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren die aan deze criteria voldeden.

De Raad benadrukte dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de eerdere uitspraak te betwisten. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema en uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WIA-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

18.2810 WIA

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 oktober 2017, 16/4843 WIA-V
Partijen:
[Verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 27 december 2018
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 oktober 2017, 16/4843 WIA-V.
Het verzoek is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 november 2018, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak van 24 oktober 2017 heeft de Raad het verzet van verzoeker tegen de uitspraak van de Raad van 23 december 2016 ongegrond verklaard. De Raad heeft geoordeeld dat het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
25 maart 2016, 15/7752, terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.
3. Verzoeker heeft gevraagd zijn aanvraag om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) opnieuw te beoordelen.
4. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van
11 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1218) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb, naar voren heeft gebracht. Het verzoek om herziening bevat immers geen gronden die betrekking hebben op de reden waarom het verzet bij de uitspraak van 24 oktober 2017 ongegrond is verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.E. Lageweg
sg