ECLI:NL:CRVB:2018:4296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm bij ontbreken schriftelijk huurcontract
Appellant ontvangt een bijstandsuitkering en is verhuisd naar een adres waar hij een kamer huurt bij een gezin. Het college heeft de kostendelersnorm toegepast, waardoor zijn uitkering werd verlaagd. Appellant overlegt een verklaring van de hoofdbewoner, maar deze voldoet niet aan de eisen van een schriftelijke huurovereenkomst.
Het college handhaaft het besluit en vraagt om een officieel huurcontract, dat appellant pas later overlegt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat de verklaring van de hoofdbewoner niet gelijkgesteld kan worden aan een huurcontract.
In hoger beroep voert appellant dezelfde gronden aan, maar de Raad oordeelt dat het college terecht heeft gehandeld. De handgeschreven kwitanties zijn onvoldoende bewijs. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm vanwege het ontbreken van een schriftelijk huurcontract en wijst het hoger beroep af.