ECLI:NL:CRVB:2018:4317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig herziening woonkostentoeslag en terugvordering WWB
Appellante ontving een woonkostentoeslag op grond van de WWB, die door het college meerdere malen werd herzien met wisselende bedragen. Het college besloot uiteindelijk de toeslag met terugwerkende kracht te verlagen en de te veel betaalde bijstand terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en stelde de woonkostentoeslag en terugvordering vast op een lager bedrag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot herziening met terugwerkende kracht, omdat appellante niet redelijkerwijs kon begrijpen dat zij te veel bijstand ontving. Dit volgt uit de bevestigingen van het college over de hoogte van de toeslag en de wisselende bedragen in de periode. Hierdoor is het herzieningsbesluit en de terugvordering onrechtmatig.
Verder beoordeelt de Raad ambtshalve dat de redelijke termijn van de procedure is overschreden met ruim een jaar, wat leidt tot een schadevergoeding van € 1.500,- aan appellante. Ook veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en vergoedt het griffierecht. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd voor zover de rechtbank zelf heeft voorzien en bevestigd voor het overige.
Uitkomst: Het college heeft ten onrechte de woonkostentoeslag herzien en teruggevorderd; appellante hoeft niet terug te betalen en ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.