ECLI:NL:CRVB:2018:454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugkomen van besluit pgb 2012 wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2012 toegekend gekregen van €5.579,37, maar het Zorgkantoor stelde dit bij besluit van 26 maart 2013 vast op €3.800,18, met een terugvordering van €1.779,19. Appellant verzocht in juli 2015 om terug te komen van dit besluit, stellende dat hij pas in juni 2015 informatie ontving over een betaling aan zijn zorgverlener die betrekking had op zorg in 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat deze feiten appellant al bij de oorspronkelijke verantwoording hadden kunnen worden aangeleverd en er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de verantwoordelijkheid voor de verantwoording van het pgb bij de verzekerde ligt, ook als het beheer is overgedragen aan een derde.
De Raad oordeelt dat het verzoek terecht is afgewezen omdat het aangevoerde bewijs geen nieuwe feiten betreft en het bestreden besluit niet evident onredelijk is. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen van het besluit over het pgb 2012 wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.