ECLI:NL:CRVB:2018:500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag draagkrachtvaststelling wegens ontbreken inkomensgegevens
Appellante heeft een aanvraag om draagkrachtvaststelling voor 2016 ingediend, maar de benodigde inkomensgegevens over het peiljaar 2014 werden niet tijdig aangeleverd. De minister liet de aanvraag daarom buiten behandeling, wat werd bevestigd na bezwaar. Appellante voerde aan dat haar boekhouder nalatig was en de belastingaangifte pas eind april 2016 opstelde, na de gestelde termijn.
De Raad oordeelde dat appellante al vóór de gestelde termijn op de hoogte was van het ontbreken van de gegevens en dat zij erop had moeten toezien dat deze tijdig werden verstrekt. Het risico van de late aangifte lag bij appellante. De minister had op grond van artikel 4:5 Awb Pro de bevoegdheid om de aanvraag niet in behandeling te nemen bij onvolledigheid.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg en wees het beroep van appellante af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om draagkrachtvaststelling is terecht buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig verstrekken van inkomensgegevens.