ECLI:NL:CRVB:2018:519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en geschiktheid geselecteerde functies
Appellant is in 2012 uitgevallen voor zijn werk als lasser/ijzerwerker vanwege lichamelijke klachten aan de voet en heeft in 2014 een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en concludeerde dat appellant voor 38,20% arbeidsongeschikt was, waarna een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend.
Appellant maakte bezwaar tegen de vastgestelde beperkingen en overhandigde aanvullende medische rapporten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde een aangepaste FML op met meer beperkingen, waarop het UWV het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn belastbaarheid te optimistisch was ingeschat, met name vanwege voetklachten die het lopen, staan en traplopen ernstig belemmeren. De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die een aanvullend rapport uitbracht en enkele aanpassingen in de FML voorstelde. Het UWV paste de FML daarop aan en concludeerde opnieuw dat de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en consistent was en dat de aangepaste FML een juiste weergave van de beperkingen geeft. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de functiebelastingen binnen de mogelijkheden van appellant blijven. De Raad stelde vast dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, maar dat appellant hierdoor niet werd benadeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bevestigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.