ECLI:NL:CRVB:2018:529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering medewerking huisbezoek bij bijstand wegens onvoldoende zwaarwegende reden
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een adres waar hij een woning huurde. Naar aanleiding van een melding over mogelijke samenwoning met een ander persoon, stelde de gemeente Amsterdam een onderzoek in. Op 10 en 11 maart 2016 werd geprobeerd een huisbezoek af te leggen, maar appellant was niet thuis. Op 22 maart 2016 vond een gesprek plaats tussen appellant en een handhavingspecialist, waarbij appellant weigerde medewerking te verlenen aan een aansluitend huisbezoek vanwege een vermeende afspraak voor een baan.
De gemeente trok daarop de bijstand met ingang van 22 maart 2016 in en vorderde de bijstandskosten terug. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter bevestigde het besluit en in hoger beroep voerde appellant aan dat hij een sollicitatiegesprek had, wat een zwaarwegende reden zou zijn voor de weigering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er daadwerkelijk een afspraak was op de genoemde datum en tijd, noch dat deze een zwaarwegende reden vormde om medewerking aan het huisbezoek te weigeren. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het besluit tot intrekking van de bijstand. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan huisbezoek zonder zwaarwegende reden.