ECLI:NL:CRVB:2018:559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- A. Beuker-Tilstra
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag ambtenaar na onherroepelijke veroordeling voor invoer cocaïne
Appellant was sinds 2002 in dienst van de gemeente Rotterdam en werd veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens invoer van ruim 36 kilo cocaïne vanuit Curaçao. Naar aanleiding van deze onherroepelijke veroordeling verleende het college van burgemeester en wethouders met onmiddellijke ingang ontslag op grond van het Ambtenarenreglement.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het college een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt. Het ernstige drugsdelict en de integriteitseisen voor ambtenaren rechtvaardigden het ontslag, mede gezien de mogelijke precedentwerking en het contact van appellant met kwetsbare collega’s.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep zag geen aanleiding het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad benadrukte dat het college niet simpelweg op basis van gebrek aan integriteit heeft gehandeld, maar een daadwerkelijke belangenafweging heeft gemaakt. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag van de ambtenaar wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.