ECLI:NL:CRVB:2018:595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- K.J. Kraan
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek financiële compensatie waarneming ambtelijke functies
Betrokkene verzocht om financiële compensatie voor waarneming van ambtelijke functies over drie periodes. De staatssecretaris wees compensatie voor periodes 1 en 2 af vanwege het ontbreken van volledige waarneming en wees compensatie voor periode 3 toe.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de afwijzing over periodes 1 en 2 gegrond en vernietigde dat deel van het besluit. De staatssecretaris en betrokkene gingen in hoger beroep tegen delen van deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de besluiten over periodes 1 en 2 in rechte vaststaan omdat de bezwaartermijnen waren verstreken en dat het verzoek van betrokkene als een verzoek om terug te komen van eerdere besluiten moet worden gezien. Omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd, mocht de staatssecretaris het verzoek afwijzen. Voor periode 3 was de besluitvorming nog niet afgerond, waardoor dit een ander geval is.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.