ECLI:NL:CRVB:2018:608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering naar thuiswonende wegens onrechtmatig bewijs niet toegestaan
Appellante ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten. De minister legde haar een bestuurlijke boete op omdat uit een onderzoek bleek dat zij niet op het geregistreerde adres woonde. Dit onderzoek werd echter verricht door onbevoegde controleurs, waardoor het bewijs onrechtmatig verkregen was.
De rechtbank had de boete slechts verlaagd, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat zonder het onrechtmatig verkregen bewijs en zonder de verklaringen van appellante, die niet voldeden aan de vereiste voorlichting, geen voldoende feitelijke grondslag bestond voor de boete. De verklaringen konden niet als bewijs worden gebruikt omdat appellante niet deugdelijk was geïnformeerd over het wegvallen van het onrechtmatig bewijs en de gevolgen van haar verklaring.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het besluit van 14 mei 2014 herroepen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot boeteoplegging wordt vernietigd en het eerdere besluit wordt herroepen.