ECLI:NL:CRVB:2018:622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling duurzame volledige arbeidsongeschiktheid en toekenning IVA-uitkering vanaf 8 april 2015
De zaak betreft een hoger beroep van een eigenrisicodrager tegen een besluit van het UWV waarin een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend aan een werknemer die sinds april 2013 arbeidsongeschikt is door slokdarmkanker. Het geschil draait om de vraag of de volledige arbeidsongeschiktheid van de werknemer vanaf 8 april 2015 duurzaam was, zodat recht bestaat op een IVA-uitkering.
De rechtbank had het bezwaar van de eigenrisicodrager ongegrond verklaard, stellende dat herstel niet was uitgesloten vanwege een operatie in februari 2015. In hoger beroep betoogde de appellant dat door complicaties de medische situatie verslechterde en herstel niet te verwachten was. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen onvoldoende onderbouwing hadden gegeven voor de veronderstelde verbetering van de functionele mogelijkheden en dat het beoordelingskader niet adequaat was toegepast.
Gezien de ernstige medische situatie van de werknemer, de complicaties na operaties, de afhankelijkheid van sondevoeding en de vastgestelde marginale belastbaarheid, concludeerde de Raad dat de volledige arbeidsongeschiktheid op 8 april 2015 duurzaam was. Het besluit van het UWV werd vernietigd en vervangen door een besluit tot toekenning van een IVA-uitkering vanaf die datum. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De werknemer heeft vanaf 8 april 2015 recht op een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.