ECLI:NL:CRVB:2018:704
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WIA-uitkering en afwijzing IVA-uitkering appellante
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen besluiten van het Uwv inzake haar WIA-uitkering. De Raad vernietigt het besluit van 2 september 2014 omdat dit onvoldoende gemotiveerd was. Het beroep tegen het latere besluit van 2 juni 2017, waarin appellante een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend en geen IVA-uitkering, wordt ongegrond verklaard.
Het Uwv heeft met een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 4 januari 2018 overtuigend onderbouwd dat de arbeidsongeschiktheid van appellante op 25 april 2014 niet duurzaam was. Er waren behandelmogelijkheden en een reële kans op verbetering van haar lichamelijke en mentale situatie, waaronder revalidatietherapieën voor vermoeidheids- en depressieve klachten.
De Raad acht de motivering van het Uwv voldoende en wijst het verzoek van appellante voor een IVA-uitkering af. Ook het bezwaar over de hoogte van de vergoeding van bezwaarkosten wordt verworpen. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 2 juni 2017 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 2 september 2014 gegrond verklaard met vernietiging van dat besluit.