ECLI:NL:CRVB:2018:708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid bezwaar WAZ-uitkering
Betrokkene had een WAZ-uitkering toegekend gekregen, die in 2005 werd ingetrokken wegens overtreding van controlevoorschriften. Na terugkeer uit Florida vroeg betrokkene in april 2015 heropening van de uitkering. Appellant heropende de uitkering per 30 april 2015, maar verklaarde het daaropvolgende bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 7 juli 2015 ongegrond wegens te late indiening.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en vernietigde het bestreden besluit, met de opdracht aan appellant om een nieuwe beslissing te nemen. De rechtbank gaf daarbij ook een inhoudelijke overweging over de rechtsgrond en ingangsdatum van de heropening.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding was getreden door zich inhoudelijk uit te spreken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank zich inderdaad van een inhoudelijk oordeel had moeten onthouden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door R.E. Bakker op 22 februari 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het bezwaar terecht ontvankelijk is verklaard en dat de rechtbank zich van een inhoudelijk oordeel had moeten onthouden.