ECLI:NL:CRVB:2018:720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie voorafgaand aan aanvraag
Appellant en zijn voormalige partner hebben meerdere keren bijstand aangevraagd nadat het eigen bedrijf van zijn partner was beëindigd. Bij de meest recente aanvraag kon het college niet vaststellen of appellant in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerde, omdat hij onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.
Appellant diende een aanvraag in op grond van de Participatiewet, waarbij hij verklaarde bij zijn moeder te wonen en geen inkomsten te hebben, maar wel schulden. Het college verzocht om bewijsstukken over de periode voorafgaand aan de aanvraag, maar appellant leverde onvoldoende verifieerbare gegevens aan. Zo kon niet worden verklaard hoe een groot bedrag dat contant was opgenomen werd besteed en was er geen bewijs van verkoop van een auto die nog aanzienlijke waarde had.
De Raad oordeelde dat het college terecht om deze gegevens vroeg en dat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn financiële situatie. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.