ECLI:NL:CRVB:2018:77
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen stopzetting WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving een WAO-uitkering en was daarnaast als zelfstandige werkzaam. Het UWV stopte de uitkering per 1 januari 2013 vanwege het niet aanleveren van fiscale gegevens over 2013. Appellante diende haar bezwaar pas op 3 augustus 2016 in, ruim na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend en appellante geen reden gaf voor de overschrijding. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij tijdig bezwaar had gemaakt zodra zij op de hoogte was van de beëindiging van haar uitkering, maar dit werd niet onderbouwd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat de bezwaartermijn was verstreken en appellante geen verschoonbare reden voor de overschrijding had gegeven. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de stopzetting van de WAO-uitkering blijft niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.