ECLI:NL:CRVB:2018:776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek bijstand na niet-overleggen bankafschriften
Appellant verzocht het college terug te komen op eerdere besluiten waarbij zijn bijstandsuitkering was ingetrokken en een aanvraag was afgewezen vanwege het niet overleggen van bankafschriften. Na het overleggen van deze bankafschriften in 2014, stelde appellant dat dit nieuwe feiten betrof die herziening rechtvaardigden.
Het college wees het verzoek af omdat de bankafschriften niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid konden worden aangemerkt volgens artikel 4:6 Awb Pro. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de bankafschriften in 2012 niet opgevraagd konden worden en wees een verzoek om getuigen te horen af als te laat.
De Raad concludeerde dat het college het verzoek tot herziening terecht had afgewezen en dat het bestreden besluit niet evident onredelijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.