ECLI:NL:CRVB:2014:4002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en afwijzing bijstand wegens niet verstrekken bankafschriften
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de WWB. Het college ontdekte dat appellant een niet gemelde spaarrekening had en verzocht om bankafschriften, die niet werden aangeleverd. De bijstand werd daarom opgeschort en later ingetrokken met terugvordering van onterecht ontvangen bedragen.
Appellant diende een nieuwe aanvraag in, maar leverde wederom niet alle gevraagde bankafschriften aan. Het college wees de aanvraag af en vorderde verstrekte voorschotten terug. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat de intrekking onduidelijk was en dat hij wegens psychische klachten niet kon voldoen aan de informatieplicht. De Raad oordeelde dat de intrekking terecht was gebaseerd op artikel 54 lid 4 WWB Pro, dat medische informatie onvoldoende was om niet-nakoming te rechtvaardigen en dat het college terecht terugvordering toepaste. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en afwijzing van bijstand wegens het niet verstrekken van gevraagde bankafschriften.