ECLI:NL:CRVB:2018:784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.T.H. Zimmerman
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Maandelijkse korting op bijstand wegens niet aannemelijk gemaakte loonafspraak bij nul-urencontract
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Participatiewet en had een nul-urencontract bij een bedrijf dat werd geleid door zijn broer. Het college bracht maandelijks inkomsten uit deze werkzaamheden in mindering op de bijstand en stelde dat betrokkene aanspraak had op loon voor gemiddeld twintig uur per week, mede op basis van een medisch rapport en de toepasselijke wetgeving over arbeidsovereenkomsten.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het college onvoldoende rekening hield met de bijzondere arbeidsrelatie tussen betrokkene en zijn broer en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat betrokkene daadwerkelijk over loon voor twintig uur per week kon beschikken. In hoger beroep stelde het college dat het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW van toepassing is en dat betrokkene daardoor aanspraak heeft op loon of ziektegeld voor twintig uur per week.
De Raad oordeelt echter dat het college niet voldoende heeft gemotiveerd waarom het aantal van twintig uur als bovengrens moet gelden en dat het niet vaststaat dat betrokkene redelijkerwijs over dat inkomen kan beschikken. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het college opdroeg het nieuwe besluit te nemen met inachtneming van die uitspraak en draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering; het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.