ECLI:NL:CRVB:2018:785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig taxichauffeur, meldde zich ziek met depressieve en angstklachten en later ook vaatklachten aan het linkerbeen. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Zowel in bezwaar als in beroep werden de beperkingen vastgesteld op basis van medische onderzoeken en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en de beperkingen medisch juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten werden onderschat en dat zij door haar angstklachten niet zonder begeleiding buitenshuis kon.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Er waren geen medische gegevens die de juistheid van de beperkingen in de FML in twijfel trokken. De arbeidsdeskundige had voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Het hoger beroep werd dan ook verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.