ECLI:NL:CRVB:2018:800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht over woonadres
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een woning die hij huurde van een woningbouwvereniging. Na een melding van de woningbouwvereniging dat meerdere personen op het adres verbleven en appellant forse huur betaalde, voerde de gemeente Albrandswaard een onderzoek uit. Dit onderzoek omvatte dossieronderzoek, gesprekken, onaangekondigde huisbezoeken en buurtonderzoek.
De bevindingen leidden tot het besluit van het college om de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 5 september 2014 in te trekken en de kosten van bijstand terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het onderzoek voldoende feiten bevatte om te concluderen dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en zijn inlichtingenplicht schond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college ten onrechte had geconcludeerd dat hij niet op het adres woonde en dat de terugwerkende kracht onterecht was. De Raad oordeelde dat de gronden van appellant een herhaling waren van eerdere bezwaren die reeds gemotiveerd waren weerlegd door de rechtbank. Ook wees de Raad erop dat de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter betrekking had op een andere periode en dat het college gerechtigd was later alsnog onderzoek te doen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht over het woonadres.