ECLI:NL:CRVB:2018:865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm op AIO-uitkering bij inwonend meerderjarig kind
Appellante ontvangt een AOW-uitkering en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft per 1 juli 2015 de kostendelersnorm toegepast op haar AIO-uitkering omdat zij bij haar meerderjarige zoon en schoondochter inwoont.
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen deze toepassing, stellende dat zij hierdoor wordt gediscrimineerd vanwege haar land van herkomst, omdat zij niet haar hele leven in Nederland heeft gewoond en daardoor een lagere AOW-uitkering ontvangt en een AIO-aanvulling nodig heeft.
De rechtbank Rotterdam heeft het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de kostendelersnorm in de Participatiewet geen onderscheid maakt naar land van herkomst en dat het verschil in behandeling in de AOW en de PW niet ter beoordeling staat in dit geding.
Het beroep van appellante wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bekrachtigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm op de AIO-uitkering van appellante en wijst het hoger beroep af.