ECLI:NL:CRVB:2018:874
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering garantietoeslag bij schending inlichtingenplicht en wijziging boete in waarschuwing
Appellante ontving bijstand en garantietoeslag, die later door het college werd ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding en het niet melden dat haar dochter niet meer naar school ging.
De rechtbank had de boete wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding vernietigd, maar de intrekking van de garantietoeslag bevestigd. In hoger beroep heeft het college de boete gewijzigd in een schriftelijke waarschuwing omdat geen sprake was van benadelingsbedrag.
De Raad oordeelt dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden door niet te melden dat haar dochter niet meer naar school ging, wat een rechtsgrond vormt voor intrekking van de toeslag. Het beleid van het college met betrekking tot de garantietoeslag en studiefinanciering is buitenwettelijk begunstigend en consistent toegepast.
De boete wordt vernietigd en het beroep tegen het besluit tot intrekking van de toeslag wordt ongegrond verklaard. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De boete wordt vernietigd en het beroep tegen de intrekking van de garantietoeslag wordt ongegrond verklaard; het college wordt veroordeeld in de kosten.